Vuurwerkvrij

2015

Op 19 november 2015 heeft de rechtbank Midden- Nederland uitspraak gedaan over de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders (het college) om gebieden aan te wijzen waar het met de jaarwisseling verboden is vuurwerk af te steken. Aanleiding was het bezwaar van twee vuurwerkhandelaren tegen het aanwijzingsbesluit van het college van de gemeente Hilversum waarin het college een winkel- en uitgaanscentrum van Hilversum als een dergelijk gebied had aangewezen.

Stand van zaken

Tegen het aanwijzingsbesluit van 27 oktober 2014 van het college van Hilversum hadden twee vuurwerkhandelaren bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het college heeft de bezwaren van de twee vuurwerkhandelaren niet- ontvankelijk verklaard, omdat deze ondernemingen op ruime afstand van het aangewezen gebied gevestigd zouden zijn en om deze reden geen bijzonder individueel belang hebben bij het besluit. De voorzieningenrechter heeft daarentegen op 19 december 2014 het aanwijzingsbesluit geschorst, omdat volgens de voorzieningenrechter het college niet bevoegd was om het aanwijzingsbesluit te nemen.

Voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter oordeelde dat het in deze kwestie gaat om de acute handhaving van de openbare orde en veiligheid en volgens de voorzieningenrechter ligt deze handhavingsbevoegdheid enkel en alleen bij de burgemeester. De voorzieningenrechter heeft daarom het eerder genomen besluit van het college geschorst en geoordeeld dat het vuurwerkverbod onverbindend was.

Vuurwerkverbod

De burgemeester van Hilversum wilde al jaren een vuurwerkverbod in het centrum van Hilversum instellen. De burgemeester wil dit verbod vanwege de vele ongelukken die het afsteken van vuurwerk met zich meebrengt. Het liefst wil de burgemeester dat Hilversum in zijn totaliteit vuurwerkvrij is. De gemeenten zijn niet bevoegd om een algeheel vuurwerkverbod in te stellen. Een algeheel verbod is namelijk in strijd met het Vuurwerkbesluit. De gemeentelijke verordening mag niet dezelfde onderwerpen regelen als een hogere wet, zoals Wet Milieubeheer en het daaraan gekoppelde Vuurwerkbesluit. Artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit stelt dat het verboden is vuurwerk, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding te brengen op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar. Een gemeentelijke vuurwerkvrije zone kan enkel ingesteld worden als sprake is van gevaar, schade of overlast.

De reden waarom een algeheel verbod niet in het Vuurwerkbesluit is opgenomen, is omdat het Kabinet hier op dit moment niets in ziet. Het kabinet is van mening dat de jaarwisseling een feest moet zijn waar mensen, ook door het afsteken van vuurwerk, veel plezier aan moeten kunnen beleven.

De rechtbank

De rechtbank oordeelde eveneens dat de burgemeester op grond van artikel 172, eerste lid, van de Gemeentewet belast is met de acute handhaving van de openbare orde. Echter, leest de rechtbank in de Memorie van Toelichting dat de burgemeester alleen een exclusieve bevoegdheid heeft indien feitelijke en concrete ordeverstoringen zich voordoen, waartegen onmiddellijk en daadkrachtig moet worden opgetreden. De rechtbank oordeelde dat, in het geval van het verbieden van het afsteken van vuurwerk in een bepaald gebied, dit past binnen de sfeer van het uitvoeren van het dagelijks bestuur, waarmee het college, op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder a., van de Gemeentewet is belast .

Bron: BHBW.nl